Nylon lijnen in de winter: de invloed van temperatuur

Voor het vissen tijdens koude omstandigheden geldt dat lijnen zich anders gaan gedragen. Als je hengelsportboeken van twintig jaar geleden leest, zoals het bekende boek van Kees Ketting, zul je vaak tegenkomen dat er wordt aangeraden om in de winter gevlochten lijnen te gebruiken. De reden die hiervoor wordt opgegeven is dat de „stugheid” van de nylon lijnen zeer veel toeneemt bij de lagere temperatuur. Met stugheid wordt dan bedoelt dat de lijn niet meer zo makkelijk buigt, niet meer soepel beweegt. Om de invloed van temperatuur op kunststoffen te kunnen begrijpen is het belangrijk om te beseffen waaruit kunststoffen zijn opgebouwd: hele lange ketens van atomen die door elkaar liggen. Die ketens kunnen ook chemisch aan elkaar vastzitten op sommige plekken.

Er zijn drie soorten kunststof: thermoplasten, thermoharders en elastomeren. Bij de eerste soort zitten de lange slierten schijnbaar willekeurig in elkaar gewikkeld, soms in gebiedjes met een kristalachtige structuur, maar de ketens zijn niet chemisch aan elkaar verbonden. Voor thermoharders geldt dat de ketens op behoorlijk veel plaatsen zo vast aan elkaar zitten dat ze niet meer kunnen bewegen. Elastomeren („elastiek”) bestaan ook uit aan elkaar verbonden ketens, maar deze bindingen zijn veel schaarser en flexibeler. Vandaar dat een elastiekje ook weer naar zijn oorspronkelijke vorm terugkeert nadat je hem hebt uitgerekt. Voor al deze kunststoffen geldt dat ze zich soepel of juist stijf gedragen. Dit hangt af van de soort atomen en de lengte van de ketens, maar ook van de temperatuur. Er is voor alle kunststoffen een bepaalde temperatuur waarboven ze zich soepel gedragen, daaronder is het gedrag hard, glasachtig. Deze temperatuur wordt de glasovergangs temperatuur genoemd, oftewel Tg. Voor thermoharders geldt dat hun Tg enkele tientallen graden boven nul ligt, bijvoorbeeld bij epoxy bij 60°C. Bij kamertemperatuur is epoxy dus hard. Thermoplasten (denk aan boterhamzakjes van polypropyleen, PP) hebben een veel lagere glasovergangs temperatuur, rond de 0°C of zelfs daaronder. Dat betekent dus dat ze altijd soepel zullen zijn bij kamertemperatuur. Voor elastomeren geldt eigenlijk hetzelfde als voor thermoplasten, maar de Tg ligt daarvan meestal nog lager, dit kan enkele tientallen graden onder nul zijn. Met een simpele test in de vriezer kun je al zien dat een elastiek hard wordt en minder kan worden uitgerekt voordat hij breekt.

Tot zover de materiaalkunde, nu terug naar de lijnen! Alle lijnen zijn thermoplasten, zelfs de gevlochten. Dit betekent dus dat hun Tg rond kamertemperatuur of lager ligt! De precieze temperatuur kun je eigenlijk alleen wetenschappelijk nauwkeurig bepalen, maar er zijn wel algemene gegevens bekend. Voor de superlijnen (en hierbij maakt het niet uit of ze gevlochten of „fused” zijn) is de Tg van het materiaal ongeveer -110°C. Voor nylon is de Tg = 47°C en voor fluorocarbon Tg = -35°C. Het lastige is dat lijnen zeer uitgestrekte ketens bevatten en daardoor veranderen de eigenschappen ook. De waarden die ik hier geef zijn waarschijnlijk voor de bulk, niet de uitgerekte lijnen. Hoe dan ook, bij -10°C zoals we deze winter al een paar keer ruim gehaald hebben, zijn nylon lijnen dus minder soepel dan de andere soorten omdat ze ver onder hun Tg gebruikt worden en de andere daar dus nog ver boven zitten. Bij vrieskou zullen nylon lijnen dus zeker niet meer zo soepel zijn als in de zomer! Het water blijft natuurlijk altijd boven de nul graden, dus in het water zal nylon wel weer iets soepeler worden, maar erboven merk je duidelijk verschil.

Eigenschap Nylon Fluoro UHMWPE
Stijfheid (GPa) 2.3 2.9 65
Glasovergangstemperatuur (°C) 47 -35 -110

Als je nog meer wilt weten over deze en andere materiaalkundige en hengelsport onderwerpen, kijk dan eens bij mijn lijstje aangeraden boeken of schrijf je in voor de nieuwsbrief om het voorproefje op mijn ebook te krijgen.

Dit artikel is geplaatst in Lijnen, Onderzoek, Producten en getagged met , , , , . Bookmark de permalink.